|

Fragment
uit De dag dat Malika niet trouwde
Daar wordt er op de deur geklopt. Zaynab doet open
en maakt een uitnodigend gebaar. Si Mahmoud draagt zijn mooiste
djellaba, onberispelijk wit. Hij loopt met waardige, kleine stappen
en zijn stem klinkt plechtig.
Ze gaan beiden in de piepkleine salon zitten. Si Mahmoud kijkt
om zich heen. Aan de muur tegenover hem lessen twee vreedzame hindes
hun dorst in een beekje. Het is een schilderij, of liever gezegd,
een reproductie. Is dat wel helemaal fatsoenlijk? Si Mahmoud fronst
zijn wenkbrauwen. Zaynab schenkt muntthee.
Buurman maakt een paar opmerkingen over het weer, zijn gastvrouw
stemt er volmondig mee in, ze nemen allebei een slokje van de gloeiend
hete thee. De hindes weerspiegelen zich nog steeds in het kristalheldere
water. Buiten klinkt het gebalk van een ezel.
In de salon hangt een beetje pijnlijke stilte.
De avondlijke gast schraapt zijn keel.
‘
Ahum! Zeer vereerde Lalla Zaynab, de afwezigheid van wijlen uw
echtgenoot, moge God hem in zijn barmhartigheid bewaren, maakt
de zaak een weinig delicaat.’
Zaynab, die meent een verwijt te horen waar er misschien geen is,
antwoordt een tikkeltje te bits: ‘Si Mahmoud, het is nu eenmaal
zoals het is. De overledene, moge God zich over zijn ziel ontfermen,
heeft dit huis aan mijn hoede toevertrouwd. Ik heb nergens om gevraagd.’
Si Mahmoud kucht. Hij heeft de lichte ergernis in haar antwoord
opgemerkt en probeert het recht te zetten.
‘
God zij geloofd, u kwijt zich perfect van deze moeilijke taak.’
‘
God zij geprezen.’
‘
Hij zij geprezen en gedankt.’
‘
Amen.’
‘
Zeer vereerde Lalla Zaynab, ik zal spreken als had ik het tegen
een man.’
‘
Heel graag, dat is wel zo makkelijk …’
‘
Kort en goed, er is hier in de stad, wat zeg ik, in deze wijk,
een jongeman uit duizenden, de crème de la crème.
Zijn vader is een algemeen gerespecteerd man. Zijn familie, die
in Casablanca woont, geniet daar een uitstekende reputatie. Wat
de jongeman zelf aangaat, die is de integerheid zelve. Hij is ambtenaar,
ontvangt aan het eind van elke maand zijn salaris met de regelmaat
van de klok: nooit heeft hij behoefte gehad aan …’
Zaynab valt hem in de rede.
‘
We hebben het toch over Abbas, de onderwijzer, hè?’
Si Mahmoud zucht. Mijn god, wat zijn de tijden veranderd! Zoals
die vrouw hem in de rede valt … En vanwaar al die haast?
Dit soort zaken doe je niet zomaar één-twee-drie
af! Waarom laat ze hem niet het woord voeren?
‘
Ja, inderdaad, het gaat over de oustad Abbas. De crème de
la crème van alle jongemannen. Hij heeft me opgedragen bij
u langs te gaan, want omdat hij geen familie in deze stad heeft,
kon hij niet zijn vader of een oom of wie dan ook sturen. Toen
hij hoorde dat ik al sinds zo vele jaren uw buurman was, heeft
hij al zijn hoop op mij gevestigd, hij heeft mij zijn gehele toekomstige
geluk toevertrouwd, zijn gehele leven! U moet namelijk weten, Lalla
Zaynab, dat het de oustad Abbas is opgevallen hoe bescheiden uw
dochter Malika zich gedraagt, wat voor een vreedzaam karakter zij
heeft, haar gelijkmoedigheid, haar goede inborst, haar grote vroomheid,
de eerbied die zij voor u, haar eerbiedwaardige moeder, koestert,
alsmede haar serieuze gedrag.’
Si Mahmoud hield even op met praten om een slokje thee te nemen.
Hij wierp een verstolen blik naar het schilderij aan de muur. Nee,
die twee hindes gaven hem echt een onrustig gevoel, waarom wist
hij niet.
Zaynab, die haar dochter door en door kende, wist niet hoe ze het
had toen ze haar gast zo bezig hoorde over Malika. Die was juist
een echt kruidje-roer-mij-niet, ze kon heel lief en aanhalig zijn,
maar ook opeens zieden van woede, haar vroomheid ging niet verder
dan net te doen alsof ze vastte tijdens de ramadan, ze hield misschien
wel van haar moeder maar liet dat niet merken, ze had eerbied voor
niemand en wat betreft dat ‘serieuze gedrag’ …
Wat wou dat nou zeggen, ‘serieus gedrag’?
Si Mahmoud had zijn glas neergezet en vervolgde zijn toespraak.
‘
Waar was ik gebleven? O ja. Uitstekende reputatie familie … ambtenaar … salaris … Nu
de oustad Abbas een solide betrekking heeft, is het tijd dat hij
zijn religie rondkrijgt.’
‘
Zijn religie rondkrijgt?’
‘
Ja, dat wil zeggen dat hij trouwt. U kent toch de Hadith die dat
verplicht stelt, nietwaar?’
‘
Jazeker. En met wie wil hij gaan trouwen?’
‘
Maar … met de vereerde juffrouw Malika, uw dochter!’
Zaynab had zich op dit onderhoud voorbereid. Nauwelijks had ze
de avond tevoren Abbas’ naam laten vallen of haar dochter
was in lachen uitgebarsten, ze had zo verschrikkelijk de slappe
lach gekregen dat ze er bijna in stikte en was ten slotte gierend
van het lachen over de grond gerold, allemaal onder de bewonderende
blikken van haar zuster en haar twee kleine broertjes, die vrolijk
meelachten zonder te begrijpen wat er aan de hand was. Ze waren
op het laatst uit volle borst een soort refrein gaan zingen: ‘Abbas,
babas, kalebas!’
|