|

Fragment
uit De rijkste vrouw van Yorkshire
Adam weet nog steeds niet waarom deze dame nou zo
nodig haar levensverhaal aan hem kwijt wil. Hij beseft wel min of
meer vaag dat ze zoiets niet bij zijn collega Edward zou kunnen
doen (bovendien heeft ze een peilloze minachting voor Welshmen,
zoals ze hem op een keer zal vertellen), noch bij welke Engelsman
uit de buurt ook maar. Misschien wel bij Gustave … Misschien
is het essentieel dat hij een buitenlander is, een outsider, iemand
die van elders is. Adam beseft dat hij niets voor haar is.
Letterlijk
|