Website Uitgeverij De Geus
 
OVER DE AUTEUR
 
  De rijkste vrouw van Yorkshire
  Over het islamisme
  Requiem voor de eerste generatie
 
De pers
 
  De rijkste vrouw van Yorkshire
  Over het islamisme
  Requiem voor de eerste generatie
EXTRA
 
Agenda

 


Website Uitgeverij De Geus

 

Fragment uit Over het islamisme

Uit de inleiding:
Dit boek is, laat dat duidelijk zijn, geen aanval op de islam als geloof. Zo'n onderneming zou ronduit absurd zijn. Hoe kun je je geschut richten op het onuitsprekelijke, het onbegrijpelijke, dat wat niet in woorden is uit te drukken?
Er is echter één ding waarover je wel kunt spreken, waarover gesproken moet worden. Dat is het gevaar dat gevormd wordt door de fundamentalisten. Om preciezer te zijn, het zal hier gaan over het islamisme. Het woord werd voor het eerst gebruikt omstreeks 1980, ongeveer op het moment dat ayatollah Khomeini in Iran de macht overnam.
Het islamisme, wat is dat? Is dat het politiek benutten van de islam? Natuurlijk. Maar we gaan nog verder: het is een geloof zijn eigen karakter ontnemen, het is precies het tegenovergestelde van de islam. En het is vooral een constructie die degelijk lijkt, maar nergens op berust. Op zand, wind, een luchtspiegeling, wat u maar wilt.
Dat is wat ik hier graag wil aantonen.

De Koran is geen natuurkundeboek en geen natuurwetenschappelijke verhandeling. Toch herinner ik me in een uitzending op de Marokkaanse televisie een wetenschappelijk medewerker te hebben gezien die met stelligheid beweerde dat de geologie als tak van wetenschap haar oorsprong vond in het Boek zelf. Want staat er in vers 137 van soerat III niet geschreven: `reist in de Aarde rond' in plaats van `reist op de Aarde rond'? Afgezien van het argument dat op zich twijfelachtig is – een taalkundige zal zeggen dat het verschil tussen `in' (fi) en `op' (`ala) in dit verband niet veel uitmaakt – kun je je afvragen of deze meneer niet kon inzien dat je de Koran een slechte dienst bewijst door er per se dingen in te willen lezen die er niet in staan?

Als ik me tot een jonge vrouw of een jonge man moest richten die nog bezig is haar of zijn weg te zoeken, is het fundamentele probleem, het probleem waardoor al het overige wordt beïnvloed, dit: je moet kiezen tussen geloof en godsdienst.
Dat is een kwestie van definiëren. Laten we zeggen dat geloof het zoeken van de rusteloze ziel, het strikt individuele verlangen is dat ons af en toe als door een wonder voert naar een oneindig, onbegrijpelijk en plotseling aanwezig elders. Of zoals een prachtige hadith het uitdrukt: ‘De Aarde en de Hemel kunnen mij niet bevatten, maar het hart van de gelovige kan dat wel.’
Godsdienst daarentegen is dat wat bindt, wat een ‘wij’ onderscheidt van een ‘zij’. Godsdienst veronderstelt een groep, in tegenstelling tot geloof. Wij en zij. Wij tegen hen. En daarmee beginnen de problemen, wantrouwen, haat, oorlog.
Het is hét probleem van de komende tientallen jaren.

uitgeverij De Geus